Genre: pop/rock Plaats: Assen
"Zwerver Tokkel overleden" kopten de regionale kranten op maandagmorgen. Zelfs de landelijke televisie maakte er gewag van. Op zondag 4 februari was hij gestorven. Buiten was het hondenweer, er lag een dik pak sneeuw. Geen weer voor de dagelijkse ronde van een onvast ter been zijnde zwerver. Een zwerver doolt, maar Tokkel is Assen in zijn hoedanigheid als zwerver meer dan 20 jaar trouw gebleven en andersom bleven de Assenaren hem trouw.
Op zijn vraag 'hej 'n guld'n voor mij' dokten ze massaal. Hij kocht er steeds een goede fles wijn van en door de middenstand werd hi voorzien van zijn droogje. Assen was Tokkels thuis en heel lang heeft hij met enkele collega's gebivakkeerd in de zogenaamde zwerverskeet op het veemarktterrein.
Soms sliep hij wegens omstandigheden elders, op het station of bij zijn zus Rosa in het schuurtje. Toen de ruzies in de krappe keet de goedmoeidige Tokkel weer eens te veel werden, vertrok hij naar de leegstaande vleesfabriek bij de Roldertunnel. Gekleed in een mooie lange groene jas, in beide handen een plasticzak met de dagelijkse boodschappen, wurmde hij zich door de hekken heen en schreed met opgeheven hoofd de directie-ingang in, waar hij zijn heil had gezocht in de directiekamer. Klasse.
Zijn kale cv doet vermoeden of er geen hoogtepunten zijn geweest in het leven van Tokkel. Hij kreeg inderdaad niet de Culturele Prijs van Drenthe, promoveerde niet tot topzwerver en behaalde helaas geen vermelding in het Guinnessboek of Records als de levenslustige alcoholist.
Met zijn broer Remco heeft hij eind jaren zestig de band ' The Sound of Imker' opgericht. Hij was er de gitarist. Hij trouwde en kreeg twee dochters, Sascha en Bluma. De scheiding van zijn vrouw heeft hem de das omgedaan. Hij raakte aan de drank en de drugs. De zanger / kunsternaar Herman Brood, die hij uit diens Assense periode kende, heeft hem nog eens op het rechte pad proberen te brengen. Hij nam Tokkel mee naar Amsterdam, pelde de kleding van zijn lijf met een stanleymes, stopte hem in bad en stak hem in nieuwe kleren.
Niets voor Tokkel. Voor Tokkel was er geen weg terug. Het patroon van alledag was hem heilig, gaf hem houvast. Hij was gewend aan zijn vaste rondgang, zijn vaste adresjes, aan de praatjes en de grapjes met de voorbijgangers en aan zijn medezwervers. Zijn dochter Sascha fotografeerde hem een paar jaar geleden als een vrolijke drinker. De opbrengst van de daarnaar gemaakte ansichtkaarten gingen in het Tokkelfonds, bestemd voor kleine cadeautjes voor daklozen.
Het ging al een hele tijd niet goed meer met de baas, de twinkeling in zijn ogen was verdwenen. Na een lange zwerftocht had bij zich moe van het zwerven zacht uitgestrekt om nooit meer op te staan. Tijdens de dienst legde Hermen brood de gitaar, die Tokkel lang geleden bij hem had achtergelaten, op de kist. De naam Tokkel had hij gekregen toen hij zich, gesnapt bij het appeltjes jatten, verborgen had in het kippenhok van de boer en toen deze langs kwam 'toktok' riep.
|